Explosieveiligheid, ATEX 137 richtlijn (richtlijn 1999/92/EG)

Explosiegevaar kan zich voordoen in alle ondernemingen waar ten minste
één brandbare substantie als basis- of hulpstof wordt gebruikt, als rest-,
tussen- of eindproduct ontstaat of bij een gewone bedrijfsstoring kan worden gevormd.

Om de gezondheid en de veiligheid van werknemers te verzekeren moet het ontstaan van
explosieve dampen worden voorkomen. Als dat gezien de aard van het werk onmogelijk is, moet
ontsteking worden vermeden en moeten de schadelijke gevolgen van een explosie worden beperkt.

Hiervoor zijn per 1 juli 2003 in het Arbeidsomstandighedenbesluit (behorende bij de Arbowet), nadere regels (Stb. 2003, 268) opgenomen ten aanzien van de inventarisatie van explosierisico’s. Met dit besluit is invulling gegeven aan de Richtlijn nr. 1999/92/EG ‘Bescherming van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar lopen’, ook wel aangeduid als de zogenoemde Atex 137 Richtlijn.

Overeenkomstig deze regels moeten de gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico's die daaruit kunnen voortvloeien, in hun geheel worden beoordeeld en schriftelijk worden vastgelegd in een zogenaamd explosieveiligheidsdocument.

Uit het explosieveiligheidsdocument moet het volgende blijken:

HSE-advies bezit uitgebreide en specifieke kennis op het aspect van explosiegevaar. Gerdian Jansen van EFPC/HSE-advies is tevens lid van de normcommissie NEC 31 “Elektrisch materieel in verband met ontploffingsgevaar” en projecttrekker van taakgroep 10 “Area classification”. Hij is actief betrokken geweest bij het opstellen van de herziening van de NPR 7910 deel 1 en deel 2 in 2008 en 2010.

Lees ook meer over Machineveiligheid